Zoveel slinkt je spaargeld in 2026 door inflatie en gierige banken
In dit artikel:
Aan het eind van vorig jaar stond er 528,6 miljard euro op Nederlandse betaal- en spaarrekeningen. Omdat de spaarrente (ongeveer 1,25–1,4%) lager ligt dan de inflatie (circa 3% vorig jaar, DNB verwacht 2,4% in 2026), verliest dat geld reële waarde: sparen bracht netto verlies op, berekend op ongeveer 1,6% in het afgelopen jaar. Manners berekent op basis hiervan ook het verwachte koopkrachtverlies voor 2026; door de lagere verwachte inflatie daalt de schade weliswaar, maar sparen blijft netto negatief.
Nederlanders houden relatief veel vermogen in contanten en spaartegoeden: tegenover de 528,6 miljard aan spaargeld staat slechts 204 miljard in beleggingen, wat neerkomt op ongeveer 23% van het besteedbaar inkomen. Dat is minder dan het Europese gemiddelde (36%) en ver beneden dat van de VS (79%). Culturele gewoonten zoals zuinigheid en voorzichtigheid dragen bij aan deze spaarneiging.
Doordat spaarders weinig overstappen, hoeven banken nauwelijks te concurreren op rente; dat vertaalt zich in hoge winstcijfers voor de grote banken (ING +6,3 mrd, Rabobank +5 mrd, ABN AMRO +2,2 mrd). Conclusie: veel Nederlanders bewaren veel geld veilig, maar feitelijk zien ze hun koopkracht langzaam slinken terwijl banken profiteren van de lage spaarrentes.