Zo oneerlijk veel ga je betalen door vrijheidsbijdrage Kabinet Jetten
In dit artikel:
Kabinet Jetten I (D66, CDA, VVD) wil vanaf 2028 een zogenoemde vrijheidsbijdrage invoeren om de oplopende defensie-uitgaven te financieren. De maatregel moet jaarlijks ongeveer 5,1 miljard euro opleveren, waarvan circa 3,4 miljard rechtstreeks bij burgers wordt binnengehaald; de rest komt van bedrijven. De term werd politiek handig gepositioneerd door CDA-leider Henri Bontenbal, maar de praktijk is minder smakelijk voor lagere inkomens.
Achtergrond: door geopolitieke spanningen en het terugtrekken van bondgenoten moeten Europese landen meer in hun eigen defensie investeren. Kabinet Jetten I dekt een deel van die extra kosten door verschuivingen binnen de begroting (onder andere zorg en sociale zekerheid) en vult het gat aan met de vrijheidsbijdrage.
Hoe het werkt: de bijdrage wordt niet als een aparte heffing ingevoerd, maar via de inkomstenbelasting geïnd. In plaats van tarieven te verhogen kiest het kabinet voor een beperkte indexering van belastingschijven en heffingskortingen — een beleidskeuze die feitelijk neerkomt op gedeeltelijke inflatie-aanpassing. Economen van De Nederlandsche Bank en academici waarschuwen dat juist deze constructie relatief zwaarder drukt op lagere inkomens: door de beperkte indexering treedt 'fiscale kruip' op, waardoor mensen met kleine of stabiele lonen onevenredig meer belasting gaan betalen.
Wat je gaat betalen: precieze bedragen zijn nog niet vast, maar schattingen noemen jaarlijks zo’n 240 tot 500 euro per persoon, ruwweg 20–40 euro per maand voor de gemiddelde Nederlander vanaf 2028. Het exacte effect hangt sterk van je inkomen door de wijze van inpassing in de inkomstenbelasting.
Bedrijven en sociale premies: bedrijven betalen hun aandeel via een hogere premie voor het arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof). Dat is kwetsbaar voor kritiek: die premie is oorspronkelijk bedoeld voor sociale zekerheid, en verhoging ervan om defensie te financieren voelt als een vermenging van beleidsterreinen. Bovendien worden werkgeverspremies door alle werkgevers betaald, ongeacht winst of vermogen.
Gerechtvaardigde kritiek en gemiste kansen: de vrijheidsbijdrage wordt dus weliswaar deels inkomensafhankelijk gemaakt, maar niet in de meest rechtvaardige zin: vermogen speelt nauwelijks een rol. Experts stellen dat als solidariteit echt het uitgangspunt was geweest, verhoogde tarieven of een vermogensbijdrage eerlijker zouden zijn geweest. Nu blijven vermogende huishoudens relatief buiten schot, terwijl lagere inkomens en alle werkgevers (ongeacht economisch resultaat) mee moeten betalen.
Breder effect: een deel van de defensiepot komt uit zorg en sociale zekerheid, met onder meer een hogere AOW-leeftijd als mogelijk gevolg. Kortom: de vrijheidsbijdrage vergroot defensiecapaciteit, maar doet dat op een manier die veel critici als financieel oneerlijk en als een gemiste kans voor herverdeling bestempelen.