Zo hard stijgen de benzineprijzen per EU-land, Nederland verrast
In dit artikel:
Nederland heeft de duurste benzine van Europa, maar de recente prijsstijgingen zijn relatief minder hevig dan in veel andere EU‑landen. Manners berekende op basis van de European Commission Weekly Oil Bulletin hoe de pompprijzen veranderden sinds de Amerikaanse aanval op Iran. Volgens die vergelijking was de gemiddelde benzineprijs in Nederland vóór de aanval ongeveer €2,062 per liter; in de meest recente cijfers staat die op €2,334 — een toename van ruim 13 procent (ongeveer €0,27 per liter).
Desondanks klagen veel automobilisten en richten zij zich op het kabinet‑Jetten, dat tot nu toe niet ingreep. De analyse toont echter dat Nederland qua procentuele stijging slechts op plek twintig staat binnen de EU. In sommige landen liepen de prijzen veel sterker op: Oostenrijk voert de lijst aan met een stijging van bijna 25% (ongeveer €0,35 extra per liter). België volgt met bijna 23% groei. Ook Tsjechië, Polen, Letland, Finland en Zweden kenden forsere procentuele én absolute stijgingen, al zijn die landen nog vaak goedkoper dan Nederland in totaalprijs per liter.
Frankrijk en Duitsland zagen de prijs met circa 17% stijgen; ook daar ligt de gemiddelde literprijs inmiddels boven de €2. Opvallend is Malta: dat eiland is het enige EU‑land waar de pompprijs nagenoeg gelijk bleef. De Maltese overheid houdt de prijs stabiel via prijsbevriezing en subsidies, waardoor prijsschommelingen door de wereldmarkt worden afgevangen.
De hoge absolute prijs in Nederland wordt vooral verklaard door accijnzen en belastingen, niet alleen door marktontwikkelingen. Voor chauffeurs betekent de stijging een voelbare lastenverzwaring en voor politiek en samenleving een voortgezet debat over belastingdruk en mogelijke maatregelen om de brandstofkosten te verlichten.