Wilbert van Haneghem over zijn schipbreuk in Indonesië: "Ik stopte mijn paspoort in mijn zak zodat ze mijn lichaam konden identificeren"
In dit artikel:
In 2014 veranderde een vakantie van Wilbert van Haneghem en zijn vriendin Marjan in Indonesië in een dodelijke ramp. Het stel stapte op Lombok aan boord van een meerdaagse boottocht naar Komodo Island, samen met ongeveer twintig andere toeristen uit verschillende Europese landen. Wat begon als een ontspannen reis langs tropische eilanden, liep al snel mis: de boot raakte op de eerste avond vast op een rif, later bleek de technische staat van het schip slecht en de bemanning niet goed voorbereid op noodsituaties.
Toen de motorruimte vol rook liep en de boot ’s nachts opnieuw stilviel, werd duidelijk dat het ernstig was. Passagiers kregen zwemvesten aan en de situatie liep uit op paniek, met olie, diesel en zeewater overal aan boord. Omdat de bemanning geen helder noodplan had, nam Wilbert — gewend aan noodprocedures door zijn werk als senior purser bij KLM — de leiding over een deel van de groep. Hij deelde basisregels voor overleven, hield mensen bij elkaar en probeerde rust te brengen.
Uiteindelijk sloeg een grote golf iedereen van het schip. Wilbert belandde in een klein sloepje waar uiteindelijk 25 mensen omheen of op zaten, terwijl anderen zwemmend naar een eiland probeerden te komen. Urenlang vochten zij tegen uitputting, kou, verwondingen en angst, met de dreiging van haaien voortdurend in hun hoofd. Pas zondagmiddag, na bijna veertig uur, werden ze toevallig ontdekt door vissersboten die hen naar de wal brachten. Twee Spaanse mannen overleefden de ramp niet.
Wilbert verwerkte de gebeurtenis later in het boek *Schipbreuk in het paradijs*. De ervaring bevestigde voor hem vooral dat je het leven en reizen niet moet laten regeren door angst, maar bewust en voluit moet leven.
Vandaag Inside Oranje: Johan Derksen: 'Hem vind ik de gedroomde opvolger van Ronald Koeman'