Van €157.000 naar €285.000 in 6 jaar 'dankzij' de overheid
In dit artikel:
In 2019 kocht de auteur een appartement in Lelystad voor €157.000, bedoeld om te verhuren. Door de nieuwe puntentelling (woningwaarderingsstelsel) bleek het later niet meer rendabel te zijn om het tegen een verantwoorde huur aan te houden, dus werd het bij leegkomst eind 2025 verkocht voor €285.000 — bijna het dubbele van de aankoopprijs. De verkoop illustreert hoe beleidswijzigingen direct invloed kunnen hebben op particuliere verhuurders.
De schrijver plaatst die ervaring tegen de bredere achtergrond van de Nederlandse huizenmarkt: veel aandacht voor overbieden, stijgende rentes en het uitponden van verhuurders, maar ook het punt dat er buiten grootstedelijke gebieden nog steeds relatief betaalbare woningen te vinden zijn. Perspectief speelt volgens hem een rol — wie zelf een woning zoekt ziet de markt anders dan iemand met een tweede woning als pensioenvoorziening.
Met de opbrengst van de verkoop worstelt hij met investeringskeuzes in een veranderend fiscaal klimaat. Opties die langskomen: geld naar de BV storten, eigen hypotheek aflossen (ongewenst bij een lage rente van 0,95%), beleggen in Bitcoin of goud (waar hij technische correctiegevaar ziet), buitenlands vastgoed zoals Spanje of Dubai, of uitbreiding van vakantiehuisbezit (al aanwezig). De onzekerheid door steeds wisselende regels in box 3 en verhuurbeleid maakt beslissen lastig.
Uiteindelijk koos hij voor iets praktisch en emotioneel: een camper — al gekocht vlak voor het schrijven — als investering in herinneringen, die hij waardeert als een soort “dividend” dat blijvend plezier oplevert. De auteur voelt zich niet benadeeld, maar benadrukt wel dat overheidsingrijpen vaak onbedoelde effecten kan hebben.