Tame Impala serveert een spectaculaire lichtshow in een bomvolle Ziggo Dome
In dit artikel:
Wie gewend is aan veel concerten kan snel afgestompt raken, maar het optreden van Tame Impala in de uitverkochte Ziggo Dome werkte als een wake‑upcall. Kevin Parker — de man achter Tame Impala — en zijn band lieten niet zozeer een spektakel aan kostuums of overdadige decorstukken zien, maar bewezen dat vormgeving en techniek samen een concert tot iets magisch kunnen maken. De Deadbeat Tour bleek vooral een lichtshow van topklasse: een octagon van bewegende trussen vol moving heads en ledstrips die in combinatie met lasers en kleurverlopen het podium en de zaal tot één hypnotiserend geheel maakten.
Parker zelf is geen flamboyante frontman, maar een gedreven muzikant die zich in zijn muziek verliest en daar het publiek in meevoert. Halverwege de show verliet hij ogenschijnlijk het podium; via de flankschermen volgde de zaal hem backstage, waarbij zelfs intieme, menselijke momenten — een korte sanitaire stop en handen wassen — live werden getoond. In plaats van meteen terug te keren naar het hoofdpodium zocht Parker een plek temidden van het publiek op, op Perzische tapijten met keyboards, synthesizers en drumcomputers. Daar speelde hij elektronisch zwaargewichtmateriaal van het recente album Deadbeat, zoals ‘Ethereal Connection’ en ‘Not My World’. Het effect was indrukwekkend, al maakte het verdwijnen van Parker voor sommige bezoekers het moment wat verwarrend.
De cameraregistratie ving dat ruimschoots op: de productie oogde als een concertfilm, met doordachte retrofilters en een vloeiende steadycam die dicht op Parker zat. Muzikaal klopte ook alles — van oudere hits als ‘Elephant’ tot nieuwere nummers — en de uitvoering voelde zowel technisch als emotioneel gedetailleerd. De show liet zien waarom Parker al jaren relevant blijft; zoals hij zelf ooit zei: “Ik zal altijd muziek blijven maken, no matter what.” In de Ziggo Dome kwam die toewijding overtuigend tot uiting en verdiende de band een ovatie.