Shame is een pijnlijke, maar eerlijke film over verslaving
In dit artikel:
Elke zondag kiest de redactie één film die je letterlijk bij de keel grijpt. Deze keer staat Shame (2011) van de Britse regisseur Steve McQueen centraal — een kille, onverzoenlijke verkenning van verslaving en vervreemding.
Shame volgt Brandon, gespeeld door Michael Fassbender, en presenteert zijn leven puur vanuit diens perspectief: naar buiten toe verzorgd en succesvol, van binnen leeg en gedreven door een dwangmatige seksverslaving. McQueen neemt geen genoegen met verklaringen of verzachting; de film toont de eenzaamheid, schaamte en het onvermogen tot echte intimiteit zonder romantisering. Daardoor voelt Shame ongemakkelijk en pijnlijk herkenbaar, juist omdat het de kijker dwingt dichtbij iemand te blijven van wie je liever wegkijkt.
De regie is streng en doelbewust: lange takes, zorgvuldig gekaderde shots en een kille stedelijke sfeer versterken Brandons isolement. Stiltes en spaarzame dialogen dragen minstens zoveel gewicht als de woorden; beeld en ritme vertellen het verhaal meer dan uitleggende tekst. Harry Escotts minimalistische, dissonante score ondersteunt dit gevoel — geen melodische houvast, maar lage, lang aangehouden tonen die emotioneel drukken zonder sentiment.
Acteerwerk is de andere pijler van de film. Fassbender levert een fysiek en ingetogen optreden waarin elke blik innerlijke chaos verraadt; zijn rol werd internationaal geprezen. Carey Mulligan is sterk als Sissy, Brandons beschadigde zus, en samen creëren ze scènes die lang nazinderen. (Leuk weetje: regisseur Steve McQueen is getrouwd met de Nederlandse maker Bianca Stigter.)
Shame is geen comfortabele kijkervaring maar wel een noodzakelijke; het laat je nadenken over controle, verlangen en de leegte achter compulsief gedrag. Wie cinema zoekt die prikt en niet verkoopt, vindt in deze film een aangrijpend, onontkoombaar werk dat nog dagen blijft hangen.