Prijzengeld Olympisch goud per land: tot 24x meer dan Nederland
In dit artikel:
Bij de Winterspelen 2026 in Milaan‑Cortina hangt de financiële beloning voor een medaille volledig af van het land waarvoor een atleet uitkomt: het Internationaal Olympisch Comité keert geen prijzengeld uit, individuele nationale olympische comités doen dat zelf.
Nederland keert bij deze Spelen nog wel bonussen uit (een gouden medaille levert nu €30.000 op), maar NOC*NSF stopt hiermee na 2026. De organisatie wil de jaarlijks gereserveerde €2 miljoen voortaan inzetten voor talentontwikkeling, begeleiding van topsporters en betere voorbereiding op internationale wedstrijden. Daarmee volgt Nederland landen als Groot‑Brittannië, Noorwegen en Zweden die al geen medaillebonussen meer geven.
De verschillen tussen landen zijn groot. Singapore en Hongkong springen eruit met extreem hoge bedragen: rond €724.040 voor goud — ongeveer 24 keer hoger dan de Nederlandse bonus. Opvallend is dat beide plekken nog nooit een medaille op de Winterspelen behaalden. Polen levert het voorbeeld van de hoogste daadwerkelijk uitbetaalde prijs: schansspringer Kamil Stoch kreeg na zijn gouden plak in 2018 meer dan €300.000.
Kort samengevat: wie op het podium staat in Milaan‑Cortina kan rekenen op roem en een medaille, maar of daar grote contante bedragen bij komen hangt volledig af van de nationale politiek rond prijzengeld. Voor Nederlandse olympiërs betekent 2026 waarschijnlijk de laatste keer dat een medaille ook direct een geldprijs oplevert; daarna gaat het geld naar lange termijninvesteringen in de sport. Als alternatief — ironisch bedoeld — blijft het nog steeds mogelijk een medaille te verkopen, maar dat is geen officiële tegemoetkoming.