Niet de Randstad, maar Drenthe: hier stijgen de huizenprijzen het hardst van Nederland
In dit artikel:
In 2025 waren het niet de stadsregio’s van de Randstad, maar juist Drenthe waar de huizenprijzen het hardst stegen: volgens het CBS gingen ze daar in één jaar met 11% omhoog; Groningen volgt op korte afstand. Die ontwikkeling past in een langere beweging: zodra de druk in de Randstad te groot wordt, verplaatst een deel van de vraag zich naar provincies waar ruimte, betaalbaarheid en toekomstperspectief samenkomen. Omdat huizen in Drenthe nog onder het landelijk gemiddelde geprijsd zijn, is de provincie extra aantrekkelijk voor kopers.
Tegelijkertijd koelt Noord‑Holland juist af; daar was de prijsstijging het laagst van Nederland, met Amsterdam op een beperkte 3,6%—voor het CBS een teken dat de rek eruit raakt. Een belangrijke oorzaak is het aanbod: beleggers verkochten veel huurwoningen, waardoor relatief betaalbare woningen tijdelijk beschikbaar kwamen en het gemiddelde tempo van prijsstijgingen drukten. Economen spreken van een kantelpunt: de prijzen stijgen nog wel, maar langzamer dan in andere delen van het land.
De onderliggende reden blijft klassiek: vraag groter dan aanbod. Bijbouwen duurt, en het koopkrachtige deel van de bevolking kan vaak meer betalen, waardoor woningen soms boven vraagprijs verkocht worden. Makelaarsvereniging NVM meldt dat starters in de laatste drie maanden van 2025 bijna de helft van de verkochte huizen kochten, maar dat dit meestal alleen lukt met een flinke eigen inleg of steun van familie. De verschuiving van vraag naar goedkopere regio’s benadrukt de noodzaak om het woningaanbod sneller en gerichter uit te breiden om betaalbaarheid en regionale balans te verbeteren.