Nederland naast zitten ook EU-kampioen bewegen: hoe dan?!
In dit artikel:
Nederlanders bewegen in het dagelijks leven vaker dan inwoners van andere EU-landen, blijkt uit de Eurobarometer Sport en Bewegen 2026 van de Europese Commissie. Aan het onderzoek deden ruim 26.000 mensen uit alle 27 EU-landen mee. Van de Nederlandse deelnemers zegt 92 procent regelmatig te bewegen buiten het sporten om, bijvoorbeeld door te fietsen, wandelen of de trap te nemen. Dat is 21 procentpunt meer dan het EU-gemiddelde van 71 procent. Finland, Zweden en Denemarken volgen op afstand. Portugal sluit de ranglijst met 40 procent af; Duitsland en België komen beide uit op 78 procent.
De Nederlandse fietscultuur lijkt een belangrijke verklaring. Zo vindt 97 procent van de ondervraagde Nederlanders dat de eigen buurt geschikt is om te fietsen, tegenover gemiddeld 71 procent in de EU. Op wandelgebied scoort Nederland echter minder sterk: 63 procent zegt minstens vier dagen per week ten minste tien minuten aaneengesloten te lopen, tegen 72 procent gemiddeld in de EU. Spanje voert die ranglijst aan met 86 procent.
Ook met sporten behoort Nederland tot de Europese kopgroep. 75 procent zegt regelmatig te sporten, goed voor de tweede plaats achter Finland, waar dat aandeel 80 procent bedraagt. In 2022 lag het Nederlandse percentage nog op 60 procent.
De resultaten zijn wel gebaseerd op zelfrapportage. De cijfers laten dus vooral zien hoe actief mensen zeggen te zijn en zijn niet gemeten met bijvoorbeeld stappentellers. Dat is relevant omdat Nederlanders tegelijkertijd bekendstaan om hun vele zituren; volgens de deelnemers compenseren zij dat deels met bewegen in het dagelijks leven.
Vandaag Inside: René van der Gijp wil Marcos Leonardo eindelijk eens zien scoren: 'Ik ga de training bezoeken!'