MotoGP-wereldkampioen Marc Márquez evenaart Valentino Rossi: ''Normaal huilde ik nooit als ik wereldtitels won''
In dit artikel:
Marc Márquez heeft in de Grand Prix van Japan zijn zevende MotoGP‑wereldtitel veiliggesteld, vijf races vóór het seizoen is afgelopen. De 32‑jarige Spanjaard kroont hiermee een seizoen waarin hij vrijwel onverslaanbaar was: 11 Grand Prixzeges, 14 sprintoverwinningen, 15 podiumplaatsen in 17 deelnames, 8 polepositions en 9 snelste rondes tonen zijn dominantie.
De titel heeft extra lading door Márquez’ moeizame weg terug: sinds 2019 worstelde hij met de nasleep van een zware crash in 2020, vier operaties aan zijn rechterarm, dubbelzien en lange periodes van twijfel. De doorbraak van dit jaar wordt dan ook vooral gezien als een overwinning van karakter en doorzettingsvermogen; Márquez toonde zich emotioneel na de race en erkende dat terugkomen de grootste uitdaging van zijn carrière was.
Ook buiten zijn eigen kamp kreeg hij lof. Ducati‑teambaas Gigi Dall’Igna prees zijn mentale sterkte naast zijn snelheid, biograaf Mat Oxley benadrukte dat Márquez vooral gedreven wordt door liefde voor de sport. Voor Ducati is het seizoen eveneens bijzonder succesvol: het merk is voor het vierde achtereenvolgende jaar kampioen, iets waar CEO Claudio Domenicali zijn waardering voor Márquez en het team uitte.
Met deze zevende titel evenaart Márquez Valentino Rossi; zijn nieuwe ambitie is het record van acht wereldkampioenschappen van Giacomo Agostini.