Mag je een koopwoning verhuren als je zelf in een sociale huurwoning woont?

woensdag, 14 januari 2026 (10:10) - JFK.men

In dit artikel:

Uit nieuw onderzoek van het Centraal Planbureau blijkt dat ongeveer 12.000 Nederlandse huishoudens een sociale huurwoning bewonen terwijl ze (mede)eigenaar zijn van een koopwoning. Het gaat meestal om één aanvullende koopwoning (zo’n 10.680 gevallen), in bijna 1.200 gevallen meerdere en in 33 uitzonderingen zelfs meer dan tien eigendommen. Voor circa 2.000 huishoudens speelt dit door omstandigheden zoals een scheiding of erfenis; bij de rest lijkt het bezit bewust en actief.

Juridisch is dit toegestaan omdat sociale huur in Nederland wordt toegewezen op basis van inkomen, niet op vermogen. Huurders mogen dus aandelen bezitten of huurinkomsten hebben uit ander vastgoed zonder dat dat per se tot beëindiging van het huurcontract leidt. Zodra echter de sociale woning niet als hoofdverblijf wordt gebruikt, wordt onderverhuur toegepast of de huurder feitelijk in de koopwoning woont, geldt woonfraude. Corporaties kunnen dan opsporen, buurtonderzoeken doen en procederen; recente rechtspraak gaf een corporatie gelijk in een zaak waarbij een huurder twee koopwoningen verhuurde voor aanzienlijke opbrengsten.

De uitkomst schetst een moreel en bestuurlijk spanningsveld. In een periode van acute woonnood — lange wachtlijsten, onbetaalbare stedelijke huur en personeelstekorten in vitale sectoren — voelt het wrang dat sociale huurwoningen soms worden bezet door mensen met alternatieven. Hoewel de betrokken groep relatief klein is (minder dan 1% van alle sociale huurders), heeft elk beschikbaar huis betekenis nu wachttijden soms tot vijftien jaar oplopen.

Structurele ingrepen ontbreken: woningcorporaties mogen geen vermogenstoetsen uitvoeren en bestaande contracten zijn moeilijk aan te passen. Mogelijke oplossingen die worden genoemd zijn strengere selectie bij toewijzing, intensievere handhaving en het invoeren van inkomens- of vermogenstoetsen of periodieke herbeoordelingen. Zulke maatregelen roepen echter juridische, administratieve en politieke vragen op over privacy, uitvoerbaarheid en onbedoelde effecten op spaargedrag.

Kortom: het bezit van een koopwoning naast sociale huur is legaal maar steeds moeilijker verdedigbaar in een krappe woningmarkt. Het CPB-onderzoek brengt geen massaal misbruik aan het licht, maar legt wel bloot dat het huidige systeem weinig onderscheid maakt tussen echte woonbehoefte en marktgedreven opportunisme.