Kwaliteit van Olympische medailles is héél slecht: 'Ze breken snel'
In dit artikel:
Bij de Olympische Winterspelen van Milaan‑Cortina 2026 blijken medailles onverwacht kwetsbaar: meerdere sporters melden dat hun plakken losraken van het lint en beschadigd op de grond vallen, soms binnen een dag na de huldiging. Nederlandse schaatsster Jutta Leerdam deelde op social media hoe haar gouden medaille losliet en een zichtbare kras opliep. Ook Amerikaanse toppers zoals Breezy Johnson en kunstschaatster Alysa Liu ondervonden soortgelijke problemen.
De organisatie wijst naar het bevestigingsmechanisme tussen medaille en lint: dat oogt onvoldoende bestand tegen de normale bewegingen en de vreugde van winnaars. Daarnaast speelt veranderde productie een rol. Duurzaamheidsvoorschriften en verboden op bepaalde chemische afwerkingen hebben de fabricagecomplexiteit vergroot en beïnvloeden volgens de makers de stevigheid en slijtvastheid van het eindproduct.
Dit euvel komt bovenop eerdere kritiek: na de Zomerspelen in Parijs 2024 waren er al klachten over verkleurende, afbladderende en roestende medailles, waardoor honderden exemplaren moesten worden vervangen. Waar Parijs vooral om materiaal en afwerking draaide, ligt in Milaan de nadruk op constructie en verbinding.
De paradox is scherp: medailles zijn financieel waardevoller door hoge edelmetaalprijzen, maar fysieke exemplaren blijken brozer dan verwacht. Voor atleten verandert dat niets aan hun sportieve prestatie, maar het tast het symbolische gewicht van het object aan en roept vragen op over ontwerp, kwaliteitscontrole en de impact van duurzaamheidseisen op tradities rondom Olympische onderscheidingen.