Het prijzengeld per Nederlandse Olympiër op de Winterspelen 2026
In dit artikel:
De Nederlandse winterploeg keert na Milaan-Cortina een flink bedrag aan medaillebonussen uit, maar dit is tevens de laatste keer dat NOC*NSF dat doet. Het Internationaal Olympisch Comité deelt geen prijzengeld uit; elk land bepaalt dat zelf. Nederland hanteert voor 2026 vaste tarieven: €30.000 voor olympisch goud, €15.000 voor zilver en €7.500 voor brons. Alleen de beste prestatie per atleet telt, zodat meerdere medailles niet cumuleren. Bij teams zijn de bonussen lager dan bij individuele resultaten.
Zeven Nederlandse sporters verdienden het maximale van €30.000: shorttrackers Jens van ’t Wout en Xandra Velzeboer, en langebaanschaatsers Marijke Groenewoud, Jorrit Bergsma, Antoinette Rijpma-De Jong, Jutta Leerdam en Femke Kok. Individuele zilveren prestaties leverden Jenning de Boo, Merel Conijn en Melle van ’t Wout elk €15.000 op. Joy Beune kreeg voor zilver in de ploegenachtervolging €8.000 (teams krijgen minder), terwijl Kjeld Nuis voor zijn bronzen 1500 m €7.500 ontving. De aflossingsgouden prestatie van Teun de Boer, Itzhak de Laat en Friso Emons leverde elk ongeveer €11.000 op. In totaal gaat het om iets meer dan €300.000 aan uitkeringen.
NOC*NSF stopt na deze editie met het uitdelen van prijzengeld en wil het beschikbare geld voortaan investeren in talentontwikkeling, begeleiding van topsporters en betere voorbereiding op internationale toernooien. Daarmee volgt Nederland voorbeelden als Groot-Brittannië, Noorwegen en Zweden; andere landen blijven wel grote bonussen uitkeren. Voor atleten blijft prijzengeld een prettige extra, maar de organisatie ziet meer waarde in structurele investeringen voor de lange termijn.