Het absurde budget van NOS Sport per belastingbetaler in ons land
In dit artikel:
NOS moet flink bezuinigen en schrapt diverse programma’s, maar de sporttak lijkt relatief onaangetast — iets wat Arjen Lubach scherp neerzet in een recent item. Lubach wijst erop dat NOS Sport een omvangrijk budget heeft: volgens jaarverslagen gaat het om circa 107,2 miljoen euro (waarvan rond 45 miljoen voor de sportredactie zelf en de rest grotendeels voor uitzendrechten). Aan de sportredactie werken ongeveer 203 mensen. Ter vergelijking: de NOS besteedt jaarlijks zo’n 86 miljoen aan journalistiek waarvoor de publieke omroep oorspronkelijk is bedoeld.
Lubach bekritiseert meerdere argumenten voor het handhaven van zo’n grote publieke sportorganisatie. Allereerst is er de wettelijke regeling dat grote sportevenementen (zoals het Nederlands elftal en de Olympische Spelen) niet achter een betaalmuur mogen verdwijnen — Nederlanders krijgen zulke wedstrijden dus toch te zien, ongeacht welke omroep de rechten heeft. Ten tweede relativeert hij het idee dat de publieke omroep noodzakelijke specialistische verslaggeving levert: voorbeelden van uitzendingen tonen dat analyses en interviews vaak generiek zijn en niet wezenlijk anders dan commerciële concurrenten. Daarnaast is er ook reclame te zien bij de NOS, waardoor het onderscheid met commerciële zenders verder vervaagt.
Een economisch bezwaar is dat de publieke omroep, gefinancierd uit belastinggeld en zonder winstdoel, een onevenredig sterke rol kan spelen bij het inkopen van rechten, waardoor commerciële zenders worden weggedrukt. Met circa 10 miljoen belastingplichtigen in Nederland betekent het NOS Sport-budget van 107,2 miljoen ongeveer 10,72 euro per belastingbetalende Nederlander per jaar (of zo’n 5,91 euro per inwoner bij een totale bevolking van circa 18,14 miljoen).
De conclusie in het stuk is genuanceerd: de publieke omroep blijft cruciaal voor de democratie, maar de omvang en financiering van het sportonderdeel kunnen volgens Lubach en de auteur best worden teruggeschroefd zonder dat het publiek hoeft te worden uitgesloten van grote sportevenementen.