Het aantal kernwapens per land in 2026: pijnlijke rol voor Nederland
In dit artikel:
Begin 2026 liggen er naar schatting ongeveer 12.187 kernwapens wereldwijd. Dat is veel minder dan het Koude Oorlog‑topjaar (ongeveer 70.000), en ook iets lager dan in 2019 (ruim 14.000), maar de daling is vooral toe te schrijven aan het ontmantelen van verouderde voorraden — vooral door de Verenigde Staten. Tegelijkertijd bouwen sommige kernmachten hun arsenalen juist weer uit, wat haaks staat op de doelstellingen van het Non‑Proliferatieverdrag (NPT). De cijfers komen van de onafhankelijke denktank Federation of American Scientists.
Officieel beschikken negen landen over kernwapens: de Verenigde Staten, Rusland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, China, India, Pakistan, Noord‑Korea en Israël (het laatstgenoemde land heeft dit nooit formeel bevestigd). Daarnaast plaatst de VS volgens het zogenoemde “nuclear sharing”-beleid kernwapens op basis van NAVO‑partners; die wapens blijven Amerikaans eigendom maar worden op buitenlandse bases gestationeerd als afschrikmiddel richting Rusland.
Nederland speelt hierin een historisch gevoelige rol. Op Vliegbasis Volkel liggen naar verluidt 22 Amerikaanse B61‑bomkoppen opgeslagen in zwaar beveiligde bunkers. Nederland heeft alleen toegang tot inzet via het dual‑keyprincipe: zowel de Verenigde Staten als de NAVO moeten toestemming geven. België, Duitsland, Italië en Turkije huisvesten volgens rapporten vergelijkbare Amerikaanse wapens.
Daarnaast heeft Nederland in het verleden onbedoeld bijgedragen aan verspreiding van nucleaire technologie. Bij URENCO in Almelo werd uranium verrijkt; daar had de Pakistaanse ingenieur A. Q. Khan toegang tot centrifuge‑documentatie, die hij heeft gekopieerd en naar Pakistan bracht. Khan speelde daarna een sleutelrol in het Pakistaanse kernprogramma en bouwde een netwerk dat technologie verkocht aan onder meer Iran, Noord‑Korea en Libië — waardoor de wereldwijde non‑proliferatieopgave verder werd bemoeilijkt.
Kortom: het totale aantal kernwapens daalt, maar proliferatie, modernisering en geopolitieke spanningen houden het risico op nucleaire dreiging levend.