Filmmaker sloopt Wuthering Heights, maar is dat erg? (recensie)

vrijdag, 13 februari 2026 (10:55) - JFK.men

In dit artikel:

Emerald Fennell presenteert in 2026 opnieuw Emily Brontës Wuthering Heights, maar dan als een onmiskenbaar eigenzinnige en polariseren­de interpretatie. De film van 136 minuten zette al met de trailer het internet in vuur en vlam; in de bioscoop blijkt Fennell niet geïnteresseerd in een klassieke verfilming maar in het openpeuteren van het boek: zij vult ontbrekende stukjes in, leest tussen de regels en legt de nadruk op macht, obsessie en lichamelijk verlangen — soms tot op het randje van het oncomfortabele.

Fennell, bekend van Promising Young Woman, schreef en regisseerde de film en markeert zijn vrijplaats door de titel tussen aanhalingstekens te zetten: dit is “haar” Wuthering Heights. De structuur voelt ongelijk: de eerste akte stroperig door een irritant portretteerde jonge Cathy (Charlotte Mellington) en een trage opbouw; na de pauze neemt de spanning toe als Margot Robbie en Jacob Elordi de volwassen rollen overnemen. Hun seksuele chemie en expliciete scènes domineren de tweede helft, die geregeld de sfeer van een koortsdroom of een dure videoclip bereikt — bij vlagen doet het denken aan een 19e-eeuwse, arthouse-achtige variant van erotisch melodrama.

Technisch en visueel is de film opvallend. Kostuum- en setdesign krijgen lovende woorden: interieurs die aan een surrealistische nachtmerrie doen denken en een groteske, bijna levende slaapkamer blijven achter in het geheugen. Die overdaad aan edelkitsch werkt als een middel om het innerlijk van de personages en de destructieve dynamiek tussen hen tastbaar te maken, ook al opoffert Fennell historische nauwkeurigheid voor stijl. De soundtrack, met muziek van Charli XCX, voegt een moderne, pulserende energie toe en onderstreept dat dit een hedendaagse bewerking is die de klassieke melodrama’s bewust loslaat.

Op dramatisch vlak overtuigt de film niet volledig: het acteerwerk is degelijk maar zelden memorabel en sommige scènes voelen te opzichtig of zelfs tenenkrommend aan. Toch ligt de grootste verdienste in het vermogen van Fennells visie om nieuwe emoties los te maken uit een verhaal dat door talloze adaptaties al vertrouwd leek. Door Heathcliff minder als gekwelde romanticus te tekenen en meer als manipulerende, bezittende figuur, en Cathy als iemand verscheurd door status, lust en zelfdestructie, maakt Fennell van de mythe een expliciete machtsstrijd.

Kort: geen traditionele Brontë-verfilming, wel een gedurfde, esthetisch krachtige en provocerende herlezing die sommige kijkers zal irriteren en anderen diep zal raken.