EU-landen met meeste koopkracht: kampioen klagen de facto op 1
In dit artikel:
Nederlanders behoren tot de rijkste Europeanen, zeker als je rekening houdt met koopkracht. Volgens IMF-cijfers bedroeg het Nederlandse bbp in 2025 ongeveer €1,2 biljoen, met een bbp per hoofd van circa €66.500 — goed voor de vierde plek in de EU achter Luxemburg, Ierland en Denemarken. Luxemburg en Ierland vervormen die ranglijst: Luxemburgs kleine bevolking en veel grenswerkers, en Ierlands concentratie van multinationals en fiscale constructies drukken het bbp per hoofd kunstmatig omhoog.
Kijkt men naar Purchasing Power Parity (PPP) — dus wat je werkelijk kunt kopen met een inkomen — dan staat Nederland, buiten genoemde ‘valsspelers’ gerekend, bovenaan. Eurostat zet Nederland op een PPP-index van 134 (EU-gemiddelde = 100). Dat betekent dat de gemiddelde Nederlander ongeveer 34% meer koopkracht heeft dan de gemiddelde Europeaan, 46% meer dan een Spanjaard en zo’n 17% meer dan een Duitser of Belg.
Tegelijkertijd klinkt in Nederland veel onvrede over de kosten van levensonderhoud: hoge boodschappenprijzen, brandstofaccijnzen en nieuwe plannen voor een vermogensrendementsheffing voeren het debat. De cijfers tonen dat Nederlanders het in economisch opzicht goed hebben, maar die welvaart vertaalt zich niet automatisch in het gevoel van financiële ruimte voor iedereen.