Dit EU-land verrast met basisinkomen, dat meer oplevert dan kost
In dit artikel:
Ierland voert met onmiddellijke ingang een onvoorwaardelijk basisinkomen van 1.300 euro per maand in voor zelfstandige kunstenaars. Uit ongeveer 8.000 aanmeldingen zijn willekeurig 2.000 deelnemers gekozen; zij ontvingen gedurende de proefperiode een maandelijkse toelage zonder tegenprestatie. De maatregel is bedoeld om kunstenaars financiële rust te geven zodat zij zich volledig op hun werk kunnen richten.
De proef — over meerdere jaren uitgevoerd — toonde onverwacht positieve resultaten: per uitgegeven euro kwam er gemiddeld 1,39 euro terug in de maatschappij. Dit kwam volgens de evaluatie doordat deelnemers minder gebruikmaakten van geestelijke gezondheidszorg, via hun werk meer inkomen wisten te genereren en minder afhankelijk werden van andere sociale voorzieningen. Op basis van deze uitkomsten is het experiment direct opgeschaald naar structureel beleid.
Internationaal is dit opvallend omdat veel basisinkomenpilots elders weinig effectieve resultaten lieten zien: extra geld leidde daar vaak niet tot meer scholing of gezonder gedrag, maar vooral tot continuering van bestaand gedrag met hogere bestedingsruimte. Ierland richt zich nu specifiek op creatieve beroepen — van muzikanten tot schilders — met een relatief bescheiden maar voldoende toelage om bijbanen ‘s avonds te verminderen.
Ter vergelijk bestond in Nederland eerder de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR, 1969–1987), waarbij kunstenaars bijstand kregen in ruil voor het inleveren van werk; dat leidde tot overvolle gemeentelijke depots en werd later beëindigd. De Ierse uitkomst roept de vraag op of gerichte inkomensondersteuning voor creatieven structureel meer kan opleveren dan kosten.