Deze speakers van 480.000 euro overtreffen alles wat Bang & Olufsen eerder maakte (en ze zijn heel zeldzaam)

dinsdag, 28 april 2026 (14:41) - JFK.men

In dit artikel:

Bang & Olufsen viert zijn honderdjarig bestaan met de Beolab 90 Atelier Editions: vijf extreme varianten op hun vlaggenschip-speaker die vooral laten zien waar het merk de afgelopen eeuw mee experimenteert — geluid en vooral vormgeving als één geheel. De Atelier Editions zijn geen nieuwe techniekversie, maar materiaalstudies die een bestaande, al uitzonderlijke luidspreker als drager gebruiken.

De technische basis blijft de bekende Beolab 90: een krachtig, precisiegericht systeem met 18 drivers en ruim 8.000 watt per kast, voorzien van beamforming om het geluid op de luisterpositie te richten en kamercompensatie om ruimtelijke effecten te corrigeren. Het luistergevoel verandert daardoor minder naar “speakers horen” en meer naar het ervaren van een gecontroleerde akoestische ruimte. Die prestatie blijft onveranderd; wat verandert is het uiterlijk en de manier waarop de speaker in een interieur of collectie werkt.

De vijf Atelier-uitvoeringen bieden elk een eigen benadering van oppervlak en uitstraling:
- Monarch Edition: omhuld met santos palissanderhout in lange, vloeiende lijnen; elk paar uniek door de houtnerf.
- Zenith Edition: opgebouwd uit meer dan duizend gepolijste aluminium bolletjes die het licht en perspectief continu laten verschuiven.
- Shadow Edition: een zwarte metalen mesh die de techniek subtiel zichtbaar maakt en de binnenkant een grotere rol geeft.
- Mirage Edition: geanodiseerd met een kleurverloop van blauw naar magenta, waardoor het oppervlak van kleur verandert met beweging en licht.
- Titan Edition: ingetogen en massief afgewerkt, de meest klassieke interpretatie van de vijf.

Met een prijs van ongeveer 480.000 euro per set verschuiven deze uitvoeringen van consumentenelektronica naar collectieobject: ze zijn even goed thuis in een museum- of designcollectie als in een luxewoonkamer. De serie benadrukt Bang & Olufsens traditie om audioapparatuur als designobject te presenteren — een gedachte die teruggrijpt naar modellen als de Beosound 9000 — en illustreert hoe functie en betekenis kunnen uiteenlopen zodra aandacht verschuift van klank naar oppervlak en aanwezigheid.