De saaie slaaptip die wél helpt, aldus Oxford en Cruijff
In dit artikel:
Onderzoekers van Oxford University kwamen, op basis van ongeveer 10 miljoen uur aan slaapgegevens van 60.977 deelnemers uit de UK Biobank, tot een heldere conclusie: regelmaat in het slaap‑waakritme is belangrijker dan de precieze hoeveelheid slaap. Wie vrijwel elke avond rond dezelfde tijd naar bed gaat en iedere ochtend op een vergelijkbaar tijdstip opstaat, krijgt slaap die meer door de biologische klok wordt aangestuurd, wat leidt tot dieper slapen en minder woelen.
Die consistentie (ook wel 'sleep regularity' genoemd) bleek een sterkere voorspeller van vroegtijdige sterfte dan alleen het tellen van slaapuren. Dat betekent niet dat uren geen rol spelen — extreem korte of lange nachten blijven ongezond — maar regelmaat verkleint de kans op nadelige gezondheidsuitkomsten. Eerder onderzoek van Queen’s University ondersteunt dit beeld en waarschuwt bovendien dat zeer late bedtijden schadelijke effecten kunnen hebben.
Praktische implicaties: houd simpele, vaste bed- en wektijden aan; voorkom dat de slaapkamer vol stimuli staat (smartphones uit de slaapkamer blijft een basistip); en zoek binnen vaste kaders naar wat voor jou persoonlijk werkt. Gemiddeld hebben volwassenen 7–9 uur slaap nodig, maar individuele behoeften verschillen. De onderzoekers’ boodschap past bij de Cruijffiaanse gedachte van "vrijheid binnen kaders": een consistente routine met ruimte voor persoonlijke aanpassing geeft de beste kans op een gezonde nachtrust.