De lage compensatie van 'Gen-Pech' naast de basisbeurs van nu
In dit artikel:
Studenten die tussen 2015 en 2023 studeerden — de zogenoemde ‘pechgeneratie’ die door de invoering van het sociaal leenstelsel de basisbeurs misliep — krijgen een tweede compensatieronde van het kabinet. Manners ontdekte dat de totale vergoeding ondanks deze extra tegemoetkoming nog steeds achterblijft bij wat huidige studenten vanaf 2026 aan studiefinanciering ontvangen.
Achtergrond: in 2015 verviel de basisbeurs en kwam het leenstelsel met rente op studieschulden. Dat leidde tot hogere kosten voor studenten en werd in 2023 erkend als ongunstig, waarna de basisbeurs weer werd heringevoerd. Voor nieuw-studenten in 2026 geldt nu een basisbedrag van €107,26 per maand voor thuiswonenden en €350,03 voor uitwonenden, met een aanvullende beurs voor ouders met een verzamelinkomen onder €46.300 — oplopend tot €438,08 (thuis) of €466,40 (uitwonend). Studiefinanciering geldt nu ook voor mbo; voor mbo niveau 1 en 2 is de basisbeurs een gift. De beurs wordt maximaal 48 maanden uitgekeerd en ook in de zomer doorbetaald; studenten moeten binnen tien jaar een diploma halen anders volgt terugvordering.
Compensatie: eerder kregen leden van de pechgeneratie al €34 per maand (maximaal €1.800). Nu is daar een extra €44,50 per maand bijgekomen (maximaal €2.100), wat het totaal op €3.900 brengt. Voor thuiswonenden komt dat redelijk in de buurt van de huidige beurs, maar uitwonenden blijven met een substantieel lagere vergoeding zitten. De maatregel moet de financiële schade van beleidswisselingen deels herstellen; critici wijzen erop dat structurele beleidsstabiliteit voorkomen had dat hele cohorten werden benadeeld.
Kortom: er is aanvullende financiële reparatie voor de getroffen studenten, maar het herstel is ongelijk verdeeld en maakt niet alle nadelen van het eerdere leenstelsel ongedaan.