De kleur van het noorderlicht is niet altijd groen en dit is waarom
In dit artikel:
Maandagavond verscheen boven grote delen van Nederland niet alleen het vertrouwde groene noorderlicht, maar ook een uitzonderlijke rode en paarse gloed. Waarnemingen kwamen binnen uit noordelijke en zuidelijkere plaatsen, onder meer Zwolle, Hengelo, de Waddeneilanden, en in het oosten en zuiden vanuit Arnhem, Nijmegen en Groesbeek.
De kleuren worden bepaald door welk gas in de bovenlucht geraakt wordt en op welke hoogte die botsing plaatsvindt. Groen ontstaat vooral wanneer zuurstof op circa 100–150 km hoogte aangeslagen wordt; rood ontstaat bij zuurstof hoger in de atmosfeer (boven ~200 km). Paarse en blauwe tinten wijzen op aangeslagen stikstof op lagere hoogtes. Volgens Weerplaza-meteoroloog Wouter van Bernebeek veroorzaakten meerdere substorms tijdens een krachtige zonnestorm dat geladen deeltjes veel dieper en op uiteenlopende hoogtes de atmosfeer binnendrongen, waardoor ook de minder gebruikelijke rode en paarse kleuren zichtbaar werden.
Dat het noorderlicht zo ver naar het zuiden zichtbaar was, komt doordat het aurorale gordijn bij sterke geomagnetische activiteit uitbreidt richting lagere breedtegraden. Op die zuidelijkere plekken lijken juist de rode en paarse tinten relatief vaker voor te komen dan felgroen licht. Voor veel toeschouwers oogde het verschijnsel als een zachte, soms mysterieuze waas; het menselijk oog registreert kleuren in het donker zwakker. Camera’s met langere belichtingstijden leggen de tinten veel sterker vast, wat verklaart waarom foto’s online vaak kleurrijker en indrukwekkender zijn dan wat je met het blote oog ziet.
Kortom: een zeldzame maar verklaarbare mix van hoge zonne-activiteit, verschillende atmosferische gassen en fotografische techniek maakte maandagavond de rode en paarse aurora boven Nederland mogelijk. Voor wie geïnteresseerd is in dergelijke gebeurtenissen: ruimteweerdiensten en indices zoals de Kp‑index houden deze stormen bij om voorspellingen mogelijk te maken.