De absurde kloof tussen inkomen en huizenprijs per provincie

vrijdag, 17 april 2026 (10:14) - Manners Magazine

In dit artikel:

Steeds meer Nederlanders vinden een koophuis onbereikbaar omdat huizenprijzen sneller stijgen dan lonen. Op provincieniveau blijken de verschillen echter enorm: in sommige provincies is de kloof tussen wat een gemiddeld tweeverdienend huishouden maximaal kan lenen en de gemiddelde verkoopprijs van een huis meer dan €100.000, terwijl elders met een modaal inkomen nog net een huis te betalen is.

Voor deze analyse legden de makers het mediane inkomen per provincie (Van Spaendonck, kwartaalgegevens) naast de gemiddelde verkoopprijs van woningen (CBS). Met die inkomens is berekend welke hypotheek een tweeverdiener kan krijgen via de indicatietool van Independer, uitgaande van een annuïteitenhypotheek met een rentevastperiode van 10 jaar. Overwaarde, eigen spaargeld en bestaande schulden zijn niet meegerekend.

Belangrijkste uitkomsten:
- Noord-Holland en Utrecht springen er negatief uit: beide provincies hebben de hoogste gemiddelde huizenprijzen (boven €500.000), terwijl de te verwachten hypotheek voor een doorsnee tweeverdiener rond de €435.000 ligt. Daardoor blijft er een tekort van ruim €100.000 dat uit eigen middelen moet komen.
- Vier provincies — Limburg, Groningen, Zeeland en Friesland — zijn de enige waar een gemiddeld tweeverdienend huishouden met het mediane inkomen wél een gemiddeld huis kan betalen. De marge is echter klein; in de meest gunstige provincies is de maximale hypotheek slechts ongeveer €20.000 hoger dan de gemiddelde woningprijs.
- Het probleem is vooral regionaal: de inkomens verschillen tussen provincies zijn relatief beperkt, maar woningprijzen in sommige regio’s zijn ver losgezongen van wat huishoudens nog kunnen lenen.

De conclusie luidt dat de nationale betaalbaarheidscrisis vooral een lokaal en regionaal probleem is: niet zozeer omdat mensen veel minder verdienen, maar omdat huizenprijzen in bepaalde provincies veel te ver zijn opgelopen ten opzichte van de leenmogelijkheden van gewone huishoudens. Eerdere berekeningen per stad en dorp bevestigen hetzelfde beeld: op veel plekken is koophuisbezit voor modale inkomens praktisch onbereikbaar, met slechts enkele lokale uitzonderingen.