0 eisen uit Rode Lijn-protest Rob Jetten in akkoord: feit of fabel?

maandag, 9 februari 2026 (16:45) - Manners Magazine

In dit artikel:

Rob Jetten kwam publiekelijk in actie tijdens het zogenoemde Rode Lijn-protest tegen de Israëlische operatie in Gaza en plaatste daarvoor activistische beelden en kritische uitlatingen richting de VVD nog vóór de Tweede Kamerverkiezingen. Nu zit D66 in een coalitie met VVD en CDA; het nieuwe coalitieakkoord bestrijkt de jaren 2026–2030. Het artikel onderzoekt in hoeverre de belangrijkste eisen van dat protest terugkomen in dat akkoord — en of D66-stemmers hiermee geconfronteerd worden met een breuk tussen retoriek en regeringspraktijk.

De kernpunten die onder de noemer “Rode Lijn” circuleerden zijn: 1) onmiddellijk stoppen van geweld in Gaza, 2) concrete sancties tegen Israël, 3) een wapenembargo en stoppen van militaire steun, 4) vrije en veilige toegang voor humanitaire hulp, 5) opschorting van handels- en associatieverdragen met Israël en 6) erkenning van Palestina als staat. Politieke jongerenorganisaties stelden dat geen van deze zes eisen in het akkoord staat.

Analyse van het coalitieakkoord leert echter een genuanceerder beeld: sommige elementen komen wél voor, maar niet op de harde manier waarop activisten en veel D66-kiezers dat hadden gehoopt. Het akkoord spreekt zich in termen uit voor een tweestaten-oplossing en benadrukt dat belemmeringen voor humanitaire hulp moeten worden weggenomen — wat neerkomt op een pleidooi voor vrije en veilige hulpverlening. Tegelijk ontbreken expliciete bepalingen over een wapenembargo, het stoppen van militaire steun, directe sancties of het opschorten van verdragen zoals de EU-Israël Associatieovereenkomst. Formele erkenning van Palestina wordt niet opgenomen; volgens externe waarnemers stemde D66 recent tegen een motie om die erkenning af te dwingen.

Kortom: de stelling dat geen enkele Rode Lijn-eis terugkomt is feitelijk onjuist, maar de opgenomen maatregelen zijn grotendeels zetbaarder en minder dwingend dan activisten hadden geëist. Voor veel progressieve D66-kiezers, die volgens peilingen liever met linkse partijen hadden geregeerd dan met de VVD, vormt dat zachte taalgebruik wel degelijk een breuk met de eerder getoonde activistische houding van Jetten. De kritiek van politieke jongerenorganisaties en de zichtbare spanning tussen verkiezingsretoriek en kabinetssamenwerking illustreren hoe compromisbereidheid in coalities kan botsen met de verwachtingen van een partijbasis.